Informatie,  Stoffen

Stoffen: Katoen

In een serie blogposts ga ik vertellen wat ik zelf allemaal heb uitgevonden over milieuvriendelijke kleding. Als eerste kwam ik allerlei stoffen tegen, wat zijn het er veel! Maar niet elke stof is even milieuvriendelijk of natuurlijk. In deze post ga ik alles vertellen over katoen en welke keurmerken aan deze stof gegeven kunnen worden. 

Katoen

Katoen komt van de katoenplant, erg natuurlijk dus. Het is een zachte eencellige vezel die uit de zaden van deze plant komt. Deze vezels worden gesponnen tot draden. Deze draden kunnen worden gebruikt om textiel te maken dat zacht en luchtdoorlatend is. 

Van de vier soorten katoenplanten is 90% van de productie van behaarde katoen (de Gossypium hirsutum), deze plant komt uit centraal-amerika. De rest van de productie komt uit India, Pakistan, Zuid-Amerika en Arabie. 

Gewone katoen is wel natuurlijk, maar totaal niet milieuvriendelijk. Tegen alle beestjes die de katoenplanten kunnen aantasten wordt bespoten met chemische bestrijdingsmiddelen. Deze chemicaliën vervuilen de lucht, worden ingeademd door de werkers, komen in de bodem terecht en vervuilen het grondwater. De werkers weten vaak niet hoe ze goed om moeten gaan met de pesticiden die gebruikt worden en kunnen ernstig ziek worden hierdoor. 

Biologisch katoen

De milieuvriendelijkere versie van katoen is biologisch katoen. Het grote verschil is dat deze katoen geteeld is zonder gebruik te maken van chemische bestrijdingsmiddelen zoals pesticiden. Om de schadelijke beestjes te voorkomen worden andere insecten ingezet of botanische plantenextracten gebruikt. Om de voedingsstoffen in de grond te behouden wordt ook veel gebruik gemaakt van wisselteelt. Er worden geen machines gebruikt omdat hierbij chemisch ontbladeringsmiddel gebruikt wordt. Biologisch katoen wordt dus met de hand geplukt. 

Van katoen naar kleding

Uit de rijpe zaden van de katoenplant komen katoenharen naar buiten. Deze haren worden verzameld door een machine (80.000 kg per dag) of met de hand (200 kg per dag). De hele katoenzaad wordt van het pluis gescheiden in de fabriek. Het pluis wordt gedroogd, waardoor het vocht uit de vezels verdampt. Hierdoor worden de haren sterker. De katoenvezels worden door kleine gaatjes getrokken, hier past het zaadje niet doorheen. Die worden op deze manier gescheiden en kunnen gebruikt worden als veevoer, brandstof, zaaimateriaal of olie. Het overgebleven pluismateriaal kan gebruikt worden in watten, tampons en vilt. De katoenvezels die wel door de gaatjes heen gaan worden gescheiden in korte en lange vezels. De korte vezels kunnen gebruikt worden in papier. De lange katoenvezels worden gebruikt om textiel te maken. Deze lange draden worden in spinnerijen over de hele wereld ontward. Deze losse draden worden gesponnen tot draden, deze worden geweven en zo ontstaan lappen stof. Deze lappen worden bewerkt, gewassen, gebleekt, geverfd en uiteindelijk tot kleding verwerkt. Dit hele proces is vaak niet milieuvriendelijk, maar dit kan wel en dit is te herkennen aan bepaalde keurmerken. 

Keurmerken voor katoen

GOTS, Organic blended content standard, Seal of Cotton, Cotton made in Afrika, Organic 100 content standard, Naturtextik IVN Zertifiziert best en Fair-trade textile production standard zijn allemaal keurmerken voor biologisch katoen. Het ene keurmerk is beter voor het milieu, het andere voor de mensen die met de katoen moeten werken. In andere blogposts vertel ik hierover meer. 

Omdat biologisch katoen dus beter voor het milieu is dan gewoon katoen, hebben wij ervoor gekozen om als eerste te gaan voor biologisch katoen.

Tot de volgende!

Yvette 

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *